- arm
- n. arm--------v. bewapenenarm1[ a:m]I 〈telbaar zelfstandig naamwoord〉1 arm 〈van mens, dier; ook figuurlijk〉2 mouw3 armleuning4 afdeling ⇒ tak5 〈leger〉wapen 〈als afdeling〉♦voorbeelden:1 arm in arm • arm in arm, gearmdthe (long) arm of the law • de sterke arm (der wet)at arm's length • op een afstand, op gepaste afstandwithin arm's reach • binnen handbereikan arm of the sea/river • een zeearm/rivierarma list as long as your arm • een ellenlange lijstshe took my arm • zij gaf me een armtwist someone's arm • iemands arm omdraaien; 〈figuurlijk〉forceren, het mes op de keel zettenshe was just a babe in arms • zij was nog maar een baby4 an arm of a multinational • een afdeling van een multinational5 the air force is an important arm of the military forces • de luchtmacht is een belangrijk wapen van de strijdkrachten¶ 〈informeel〉 it cost an arm and a leg • het was een rib uit mijn lijf〈Brits-Engels; informeel〉 chance one's arm • het erop wagenII 〈meervoud〉1 wapenen ⇒ (oorlogs)wapens, bewapening2 oorlogvoering ⇒ strijd3 wapen ⇒ blazoen, familiewapen♦voorbeelden:1 〈formeel〉 bear arms • gewapend zijn; onder de wapenen zijnlay down (one's) arms • de wapens neerleggenpresent arms • het geweer presenterentake up arms • naar de wapens grijpen; onder de wapens komen; 〈figuurlijk〉de strijd aanbindenunder arms • onder de wapenen2 rise up in arms against • in verzet/het geweer komen tegen3 bear arms • een familiewapen hebben¶ be up in arms about/over/against something • verontwaardigd zijn over iets————————arm2I 〈onovergankelijk werkwoord〉1 zich (be)wapenen 〈ook figuurlijk〉♦voorbeelden:1 those countries are arming again • die landen zijn zich aan het herbewapenenyou must arm against jealous critics • je moet je tegen jaloerse critici wapenenII 〈overgankelijk werkwoord〉1 (be)wapenen 〈ook figuurlijk〉 ⇒ uitrusten2 〈leger〉scherp stellen ⇒ afstellen♦voorbeelden:1 armed with a lot of information • gewapend met/voorzien van een boel informatie2 the bomb was armed • de bom was/werd scherp gesteld
English-Dutch dictionary. 2013.